Kijker, Kerk en Kosmos. Bericht van de sterren en brief aan groothertogin Christina.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Galileo Galilei – Vertaald en ingeleid door Margriet Agricola – Albert Van Helden en Steven van Impe
Uitgeverij: 
Athenaeum Amsterdam, 2017
ISBN: 
978 90 253 0838 4

Galileo Galilei werd in 1633 tot levenslang huisarrest veroordeeld naar aanleiding van de publicatie van zijn wetenschappelijke these 'Dialoog over de twee voornaamste wereldsystemen' waarin hij publiekelijk opkwam voor het zogenoemde heliocentrisme van Copernicus dat stelt dat de planeten en dus ook de aarde rond de zon draaien. In deze uitgave bekritiseerde hij het christelijk geocentrisme van zijn tijd en uitte zich vrij denigrerend over de toenmalige woordvoerder van het Vaticaan, die hij het alias Simplicius meegaf – iets waar ze in het Vaticaan niet om konden lachen.

De disharmonie tussen de Galileo en de almachtige dogmatische clerus was trouwens al een paar decennia aan de gang, en werd gevoed door eerdere publicaties van de astronoom. Zijn eerste werken 'Bericht van de sterren' (1610) en 'Brief aan groothertogin Christina' (1615) vormden daarbij de voornaamste aanleiding. Deze werkjes werden nu eindelijk in het Nederlands vertaald en uitgegeven voor een groter publiek. 

Galileo kwam tot zijn bevindingen nadat hij een verbeterende versie van de Hollandse telescoop van de Middelburgse brillenmaker Hans Lipperhey had nagemaakt en het ding op de nachtelijke hemel richtte en zodoende vaststelde dat de maan geen platte schijf was, maar een forse bol vol met kraters, bergen en heuvels. De wetenschapper ontdekte al snel vier manen die rond de planeet Jupiter draaiden en benoemde die manen tot sterren. De wetenschapper besefte dat zijn ontdekking revolutionair was en schreef er ijlings een boekje over omdat hij zich realiseerde dat hij niet de enige was die tot deze bevinding was gekomen. Zo kon hij het op de valreep aanbieden op de Frankfurter Buchmesse in 1610, toén al de belangrijkste boekenbeurs ter wereld.

De astronoom baarde opzien door zijn zorgvuldig opgetekende observaties van de manen van Jupiter, omdat hier onwrikbaar aan het licht was gekomen dat - in tegenspraak met de traditionele kosmologie - er in de ruimte meer dan één punt was waar hemellichamen konden rondwentelen. Hij zette aldus de dominante these van het Roomse hardnekkige gedachtegoed voor schut, temeer andere wetenschappers die in zijn tijd leefden zijn ontdekking niet wilden betwisten.

De invloedrijke groothertogin Christina, die erg fanatiek christelijk gelovig was, verweet Galileo een ketter te zijn - in die periode nog steeds een levensbedreigend etiket. Zodoende publiceerde de astronoom een stijlvolle brief aan de groothertogin waarin hij de ware aard van wetenschap en religie uiteenzette. Hierin doet hij zijn beklag over zijn vijanden en verwijt hen dat ze steun zoeken bij het geloof omdat ze het intellectueel niet van de wetenschap kunnen halen. Hij pikt het niet dat het gezag van de Kerk uittorent boven de waarheid die de natuurlijke fenomenen aanbieden.

“Dit moet een misverstand zijn” schrijft de wetenschapper, “want God toont zich beter en waarachtiger in de natuur dan in de Schriften.” En hij voegt eraan toe: “Wanneer de natuur en het geloof in tegenspraak zijn is het de taak van de theologen om de geschriften zodanig te interpreteren dat ze kloppen met de natuur en niet omgekeerd. Al die kerkvaders die meenden hun zeg te moeten hebben over de fysieke wereld om zich heen spraken elkaar onophoudelijk tegen. Hou zouden zij dan de waarheid in pacht kunnen hebben?”

De geschiedenis vertelt ons verder niets over de reactie van de groothertogin, al heeft het Vaticaan de verspreiding in drukvorm van deze open brief tegengehouden. En dat verklaart ongetwijfeld waarom dit werkje van Galileo minder bekend is. Meer hierover vertellen de vertalers in de inleiding, waarin ze bovendien een aantal mysterieuze zaken oplossen. Bijvoorbeeld waarom het Galileo kwalijk werd genomen dat hij het heliocentrisme aanhing en Copernicus 65 jaar eerder niét. Die had tenslotte toch ook al over de omwentelingen van de hemellichamen geschreven?

Een boeiend boekje dus voor wie meer wil weten over de tijd toen wetenschappers en ontdekkers nog hardnekkig en met gevaar voor het eigen leven moesten opboksen tegen de fundamentele dommigheid en de dominante kortzichtigheid van religieuze dogma's die tijdens de 16de eeuw diep ingeworteld zaten in de samenleving en in de politiek.

 

Leo De Ley