Het waagstuk van de politiek

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Hannah Arendt
Uitgeverij: 
Klement, 2018
ISBN: 
978 90 8687 235 0

HIER HEEFT ZICH IETS VOORGEDAAN WAARMEE WE MET Z’N ALLEN
NIET MEER IN HET REINE KOMEN.’ (p.42)

Hannah Arendt bedoelt hier niet het jaar ’33, maar wel ‘de dag waarop we weet kregen van Auschwitz’. De verslagenheid en onmacht bij de ontdekking van het absolute Kwaad - later de banaliteit daarvan - en het ontredderde besef dat mensen elkaar zinloos gruwelijke dingen kunnen aandoen, werd het centrale thema van haar werk. Met het citaat zetten Dirk De Schutter en Remi Peeters meteen de juiste toon voor ‘Het Waagstuk van de Politiek’: een gesprek met Hannah Arendt en twee teksten van haar, vertaald en voorzien van een inleiding.
Hannah Arendt blijft natuurlijk vooral relevant omwille van ‘The Origins of Totalitarianism’ (1951) en ‘The Human Condition’ (1958). ‘In Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil’ (1963) beschreef ze de bureaucratisering van het kwaad… Dat rapport zorgde voor heel wat ophef, niet in het minst in joodse middens. Het was echter de consequente voortzetting van haar politicologische theorieën en haar filosofische overtuiging (ook al beschouwt ze zich in het gesprek met Günter Gauss uit 1964 (p.22) niet meer als filosofe): de beperktheid van het menselijke kunnen, de ontsporing van losgeslagen politieke systemen, de bedreiging van de democratie van binnenuit, de gevolgen voor het vrije denken, … Totalitarisme als gevolg van hoe de mens in elkaar zit, want niet rationeel genoeg om het streven naar macht te controleren. De teksten in ‘Het Waagstuk van de Politiek’ maken dat verder tastbaar, hebben actualiteitswaarde en kunnen inspireren. Op erudiete wijze fileert ze er het gedrag van niet enkel het beleid en de politiek, maar ook van de burger. Relevant tot op vandaag…

In het tv-gesprek met Günter Gaus kijkt Arendt terug op haar leven als ballinge en gaat ze ondermeer in op de verhouding tussen filosofie en politieke theorie, staatsmanschap en (vermeende) expertise, de controverse rond Eichmann in Jerusalem’, persoonlijk engagement, de inspiratie die ze vond bij Karl Jaspers en het waagstuk van de openbaarheid: ‘Ik ben van mening dat men nooit op zichzelf teruggeplooid in de openbaarheid mag treden en handelen, maar ik weet ook dat de persoon zich in elk handelen toont zoals in geen enkele andere activiteit.’ (p.55).

‘…HET DRIJFZAND VAN LEUGENS…’ (p.58)

In 'Liegen in de Politie'k (1971) reageert Arendt op de uitgelekte geheime Pentagon Papers in The New York Times. Vlijmscherp analyseert ze de sofistische demagogie en retoriek die de dubieuze Amerikaanse inmenging in de Vietnamese oorlog moesten rechtvaardigen: een intrigerend web van leugens, manipulatie, censuur, onwetendheid en onbekwaamheid. Maar ook van verkeerde beslissingen, foute verantwoordingen, misplaatst patriotisme en zelfbedrog. Arendt beperkt zich daarbij niet tot de oorzaken en motieven die de VS in het moeras van die oorlog zogen, maar stelt ook vragen over het flaterende imago (p.72) en de positie van de VSA als zelfverklaarde leider in de wereldpolitiek.
'Liegen in de Politiek' is op die manier niet alleen interessant als duiding bij de recente film The Post, maar helpt vooral bij onze kijk op het huidige klimaat van klokkenluiders, hypernationalisme, autocratische leugenachtigheid in de (wereld)politiek en een machteloos (wereld)beleid.

BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID

‘Een goed mens kan alleen een goed burger zijn in een goede staat…’ (p.114) Een parafrasering van Aristoteles die de polemiek rond burgerlijke ongehoorzaamheid scherp stelt: legaliteit of moraliteit? De gestage toename van dienstweigeraars en gewetensbezwaarden tegen de oorlog in Vietnam (én de toenmalige sfeer rond de African-American civil rights movement) zorgden voor heel wat onbegrip en vragen. Lafheid? Vaandelvlucht? Gebrek aan burgerzin en vaderlandsliefde? Louter protest? Of toch integer, ethisch geworteld en rechtsgeldig?
Eerst gaat Arendt daarom in op de klassieke casussen van ondermeer Socrates, Thoreau en Gandhi. Hoopvol besluit: ‘Op de marktplaats lijkt het lot van het geweten in vele opzichten op het lot van de filosofische waarheid: het wordt een opinie, niet te onderscheiden van andere opinies.’(p.120) Gedragen door medestanders en althans een deel van de publieke opinie. En dus met uitzicht op legitimiteit?

BURGERS MET EEN GEWETEN
 
‘Burgerlijke Ongehoorzaamheid’ is meer dan een casestudy naar aanleiding van de vervolging van dienstweigeraars tegen de oorlog in Vietnam. Het is een pleidooi voor de (grond)wettelijke bescherming van de vrije meningsuiting en de vrijheid van handelen. Burgerlijke ongehoorzaamheid is geen criminele daad of loutere ongehoorzaamheid aan de wet. Wel een bewuste keuze, kritische afwijzing en aanklacht tegen ethische onrechtvaardigheid en incoherentie van de wet. De (politieke) moraliteit van de burger gaat voor Arendt vooraf aan de letter van de wet. 
Daartoe herinnert ze de VS aan de intenties van de Founding Fathers (en de Plymouth Community / 1620) bij wie ze de kwintessens van de Amerikaanse regeringsvorm vindt: een vereniging van vrije, bewuste burgers in het volle besef van hun rechten en plichten ten aanzien van de gemeenschap en instemmend met wederkerige regels om dat samenleven vorm te geven. Een (horizontaal) sociaal contract met wederzijdse instemming en gewetensvolle beloften die vooraf gaan aan de wet… In haar kritiek op die vermeende en veronderstelde ‘instemming’ (consensus universalis) relativeert ze die echter als ‘niets meer dan een fictie; ze heeft in de huidige omstandigheden in elk geval elke geloofwaardigheid verloren’. (p.140) Die ‘geloofwaardigheid’ heeft voor haar op dat moment betrekking op het Amerikaanse beleid. Daarmee wijst Arendt andermaal op de onvolkomenheid van de beleidsvoerders en de burger (p.59) zoals ze die eerder beschreef in ‘The Human Condition’. Voor de kritische en behoedende bewaking van legaliteit en politiek handelen benadrukt ze de rol en het belang van vrije verenigingen. Die zijn ‘een noodzakelijke waarborg tegen de tirannie van de meerderheid’, citeert ze Tocqueville (p.150). Voor haar vormt burgerlijke ongehoorzaamheid ‘de nieuwste vorm van de vrije vereniging’ die ‘helemaal in het verlengde ligt van de oudste tradities van het land.’ (p.148)

‘HET IS EEN WAAGSTUK…’

Je kan terecht stellen dat Hanna Arendt ‘vooruitloopt op een probleem dat sinds haar dood in 1975 alleen maar groter en erger geworden is’ schrijven De Schutter en Peeters in de inleiding. (p.12) Op de kaft wordt dat probleem aangegeven als ‘hoe leugens de samenleving besmetten met het gif van het totalitarisme’. Vandaag ervaren we echter veel meer bedreigingen voor de democratie: de vrije meningsuiting, de democratisch reflex van de burger, de status van burgerbewegingen, de wildgroei van de sociale media, privacy, fake news, … Een tragische verwevenheid? Wat dat betreft heeft ‘Het Waagstuk van de Politiek' genoeg pertinente visie voor het publieke debat. Ook al verzuchtte Hannah Arendt in 1964 met enige moedeloosheid en voorzichtigheid: ‘Het is een waagstuk. En ik zou eraan willen toevoegen dat dit waagstuk vertrouwen in de mensen veronderstelt. (…) Anders is het niet mogelijk.’ (p.55)

 

 

 

Karel Van Dinter