De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Bas Van Bavel
Uitgeverij: 
Prometheus Amsterdam, 2018
ISBN: 
ISBN 978 90 446 3436 5

Na de stormachtige opkomst van het neoliberalisme wist iedereen, en ook Bas Van Bavel: de markt is het dynamisch wondermiddel dat vrij verkeer van diensten en goederen toelaat en zorgt voor welvaart en vrijheid. In de geschiedenis kan je duidelijk de evolutie en groei waarnemen van een arm en onvrij verleden naar het vrije en rijke heden, ontstaan in Engeland en de V.S. eind 18de, begin 19de eeuw.

Bas Van Bavel wist echter ook: in Nederland was dat misschien al een beetje eerder het geval en wel in de Gouden Eeuw.

Net dit feit riep bij schrijver enkele vragen op:
- Waarom zakte Nederland na de Gouden Eeuw dan weg in stagnatie en verval en waarom waren de gewone mensen tijdens de Gouden Eeuw slechter af qua koopkracht en levensomstandigheden dan twee eeuwen eerder? 
- Hadden er misschien nog andere markteconomieën bestaan vόόr de Nederlandse?
- Zijn de markeconomieën, vrijheid, gelijkheid, groei en koopkracht met elkaar verbonden en beïnvloeden ze elkaar en kunnen ze ook weer verdwijnen?
- Komt daar nog bij dat we – onder andere sinds de recente financiële crisis - nu weten dat de markten niet altijd soepel functioneren en zich niet altijd kunnen aanpassen maar dat ze lijden aan “institutionele verstarring”

We weten ook dat het neoliberale marktsysteem overeind gehouden wordt door wie er van profiteren en machtige belangengroepen of individuen die niet optimaal functionerende instituties in stand houden om hun eigen belangen te ondersteunen en hun investeringen te beschermen, zelfs ten koste van de algemene welvaart.

Er gaat inderdaad een welvaartsbevorderende werking uit van de markten (de “marktuitwisseling”) , maar die is wel zeer onevenwichtig verdeeld en voor sommige groepen zelfs sléchter na de marktuitwisseling. Neem bijvoorbeeld het wegsluizen van voedsel uit grote gebieden waar er heel veel behoefte aan bestaat in boerensamenlevingen die afhankelijk gemaakt worden van de markten. Nog een vaststelling: de markten slagen er toenemend in zich te onttrekken aan democratisch toezicht en regulatie. Marktcompetitie leidt bovendien tot negatieve sociale en ecologische effecten.

Dit boek wil dat gaan onderzoeken, zich richtend op het macroniveau van de samenleving als geheel en op ontwikkelingen op zeer lange termijn (en de schrijver zal maar enkel in detail treden als illustratie) met voorkeur voor factormarkten boven goederenmarkten.  Er wordt immers niet gehandeld in levenloze goederen, maar in waarden, geld, grond, macht, normen tradities, bestendigheid, bestaanszekerheid,… - en grotere complexiteit en meer variatie kunnen ingrijpende veranderingen mogelijk maken.

De schrijver wil weten of de veronderstelling wel klopt over het moderne karakter en de positieve effecten van (factor)markten op de economische ontwikkeling en groei (na diepgaande kennisname zal deze veronderstelling ongegrond blijken…).

Wat hij wil weten is :Hoe “ modern” zijn markten? Hij zal ontdekken dat - en onderzoeken hoe - de markt in het verleden al in een aantal samenlevingen het dominante systeem geworden is van uitwisseling van grond, arbeid, kapitaal en goederen en derhalve de systemen van overheden, familie, verenigingen of feodale systemen heeft verdrongen. Van Bavel doet dat aan de hand van drie pre-industriële onderzoeksgebieden waar zeer veel gegevens over terug te vinden zijn: Irak in de vroege Middeleeuwen, Italië in de volle Middeleeuwen en dan natuurlijk de Nederlanden, in de late Middeleeuwen en vroeg
Moderne Tijd.

Hij bekijkt dus deze drie oude economieën door een moderne bril, met de termen en het inzicht van vandaag, inzake factormarkten, grondmarkten, arbeidsmarkten, speculatie, werknemers, werkgevers, loon, arbeidscontracten, arbeidsmigratie, monopolie, krediet, Gini-coëfficiënt, krediet(verlening), commercialisering, financiële transacties.

Dit leidt tot een verbazend gedetailleerde analyse en het duiden en herkennen van processen

In elk van de onderzoeksgebieden ontdekt hij eenzelfde patroon van opgang, bloei, uitbreiding en verrijking van de elite ten koste van loonarbeiders, werklozen en armen, en daarna een neergang. Dat is volgens de schrijver de fase waarin we ons nu bevinden. In het verleden lukte de markt er niet in die situatie recht te zetten. Ook nu is dat blijkbaar het geval.

De schrijver kan als enige hoop het idee meegeven dat ze misschien toch ergens een “interne golf” van zelforganisatie zal ingrijpen, zoals de vakbonden dat deden in het industriële tijdperk. Maar net die worden nu aangevallen en verliezen stilaan het pleit.

Buiten het brede betoog is dit boek natuurlijk ook een ongelooflijke bron van inzicht, weetjes, kennis, waarmee je de geschiedenis beter kan begrijpen. Zo veroorzaakten de vikings handelstekorten in Irak omdat de rijke Iraakse elite bont, amber en jonge slavinnen wilde. En om het arbeidstekort op te lossen, worden 1500 Egyptenaren gewoon ontvoerd om op de suikerplantages in Cyprus te gaan werken, enz….

Dit boek moét je gewoon gelezen hebben.

 

V De Raeymaeker