De Islamitische Verlichting. De ontmoeting tussen de Oriënt en het Westen in de Moderne Tijd.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Christopher de Bellaigue (vert. Pieter van der Veen en Chiel van Soelen)
Uitgeverij: 
Nieuw Amsterdam, 2018
ISBN: 
9789046823019

De schrijver valt meteen met de deur in huis in zijn inleiding. Aan de hand van het verhaal van Jane Eyre – die toch wel erg deugdzame jonge dame van de gelijknamige roman van Brönte - maakt hij de vergelijking met hoe in diezelfde periode iemand uit de Islamitische wereld zou gereageerd hebben op wat Jane doet en beleeft…
Hij stelt vast dat sedert de uitvinding van de boekdrukkunst bij ons 400 jaar eerder, de drukpers er “als een onwelkome en mensvreemde innovatie beschouwd werd”, er geen werken vertaald werden, er slechts drie procent geletterden te vinden waren in de drie intellectuele en politieke regio's die de schrijver doorheen zijn boek als voorbeeld en toetssteen zal gebruiken: Iran, Egypte en Turkije. Ze zouden zich het bestaan van post en kranten niet hebben kunnen voorstellen en het schandalig gevonden hebben dat Jane op haar eentje rondreist, zélf besluiten neemt, verliefd wordt op een rijkere man (die niet eens slaven heeft…), vrouwen te gast heeft op zijn landgoed die piano spelen, “te paard reden en te koop liepen met hun boezem en hun lange, golvende haren.” Inderdaad als je er over nadenkt, zou Jane Eyre ook nu nog met afgrijzen bekeken worden in de huidige fundamentalistische Islamitische wereld.

De Islam heeft ook nooit een Verlichting of een Industriële Revolutie gekend….. denken wij dan.
Is de Islam dan niet in staat tot zelfstandig, wetenschappelijk, innovatief en creatief denken? We weten dat dit wèl zo is, want in de geschiedenis was net het grote Islamische Rijk het centrum van beschaving, kunst en wetenschap – tijdens een periode die 500 jaar duurde, van nà de dood van Mohammed (in 632). Dit “bewijst” dat de Islam ideeën kan genereren en voorop lopen in de menselijke geschiedenis.
Deze ongelooflijke (“zich als een razende verspreidende”) expansie van de Islam was voor hen het teken dat God op hun hand was - tot aan de slag bij Poitiers die de expansie naar het Westen toe tegenhield. Wat echter niet belette dat de Islam het wetenschappelijk en cultureel centrum van onze beschaving werd, terwijl wetenschap en kennis stagneerde en verdween in de Westerse Wereld, die vermolmde en in verval geraakt.
Bagdad was 200 jaar lang de hoofdstad van de beschaafde wereld, een stad waar zowel Indiase wiskundige verhandelingen, Iraanse staatkundige theorieën, de inspiratie voor de prachtige mengvorm voor “Duizend en één nacht” samenkwamen, en al wat nog bestond van het Grieks cultuurgoed dat ze meebrachten uit Byzantium, waarmee de moslims aan het werk gingen en hun eigen niet-geringe, dynamische  bijdrage leverden aan de menselijke kennis, handel en kunst.
Daarna ontstond evenwel die jammerlijke scheiding tussen Soennieten en Sjiieten die elkaar zouden bevechten, terwijl de kruistochten, de Reconquista in Spanje en de inval van de Mongolen er toe leidden dat de Islamitische beschaving veel van haar kracht verloor.
Dit wat betreft het stuk Islamitische geschiedenis dat tamelijk bekend en aanvaard is - zelfs in ons “superieure” Westen.

Wat minder – of niet – gekend is, is het élan dat de Islamitische wereld nam vanaf de verovering van Egypte door Napoleon tot vóór WOI. Napoleon, die zichzelf zag als de moderne Alexander de Grote, had inderdaad - zoals zijn illustere voorbeeld - wetenschappers en geleerden mee op zijn veldtocht. Deze toonden aan hun Islamitische collega’s ongehoorde dingen, zoals elektriciteit, kranten en  prachtige portretten van de Profeet. Dit bracht een dynamiek op gang – telkens geleid en in hand genomen door krachtige “leiders”. In Egypte was dat Mohammed Ali die het leger op Westers model hervormde, die de economische infrastructuur grondig onder handen nam en die het bestuur, de rechtspraak en de heffing van belasting moderniseerde.
In Iran pleegde Rezah Khan (“Rezah Sjah”) een staatsgreep en hervormde het land om naar Westers model: geen sluiers meer voor vrouwen, geestelijken raakten bezittingen kwijt, geen hadj meer,.... Maar grootgrondbezit bleef bestaan en de levensstandaard van de armen bleef ook even bedroevend.
In Turkije nam Mustafa Kemal Attatürk het roer in handen: hij stichtte de republiek Turkije, schreef een nieuwe grondwet, voerde de schoolplicht in en liet op grote schaalscholen bouwen. Tevens voerde hij de scheiding van religie en staat in en verving het Arabisch alfabet door het Latijnse.
We kunnen dus wel degelijk van een Islamitische Verlichting spreken. Een Verlichting waar een einde aan gemaakt werd door WOI, en hoe de “winnaars” van die oorlog (Frankrijk, Engeland en daarna de Verenigde Staten) omsprongen met de Islamitische wereld, die ze willekeurig verdeelden onder elkaar, waarbinnen ze willekeurig grenzen trokken en waar ze vooràl hun eigen economische belangen veilig stelden. Sindsdien raakt een steeds groter deel van de moslimwereld in de greep van de reactie (“Tegenverlichting”). En wat dàt teweeg bracht, is waarschijnlijk het belangrijkste element en argument in dit boek.

Dit is het eerste oorspronkelijk Engelstalige boek (zo claimt de schrijver althans) dat een beeld wil geven van de transformatie binnen de Islam in het Nieuwe Tijdperk ) een moderne tijd die zich nog moet manifesteren op sociaal en politiek gebied, in het onderwijs, de geneeskunde, seks en zeden en wetenschap (met een gevoel voor humor) en dat voor de 1,5 miljard moslims die nu op aarde leven.

Dit werk moet je lezen als je de “Oriënt” in deze Tijd beter wil begrijpen.

 

 

V De Raeymaeker