Vuile lakens, Een hedendaagse visie op seksualiteit

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Didactisch materiaal en educatieve uitgavenDidactisch materiaal en educatieve uitgaven
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Anaïs Van Ertvelde & Heleen Debruyne
Uitgeverij: 
De Bezige Bij, 2017
ISBN: 
9789023473800

‘Vuile lakens’: verplichte literatuur voor iedereen. De hele wereld zou er beter van worden, jazeker. Alleen is de wereld wellicht weinig klaar voor zoveel zinvolle zinnen en (h)eerlijke praat over seks. Want Heleen en Anaïs  – na zoveel openhartigheid gaat een mens vanzelf tutoyeren) – noemen een kut een kut. Ze fileren de seksualiteit meedogenloos tot er bloot vlees ligt; en tegen dát rauwe vlees moet je kunnen.

Heleen en Anaïs gaan diep. Er is echt geen aspect van seksualiteit dat ze onbesproken laten: voorlichting, anatomie, schaamtegevoel, verlangen, maagdelijkheid, genderspectrum, anale bevrediging, niet-monogamie, schoonheid, pornografie en instemming – de thema’s van de diverse hoofdstukken. Daarbinnen gaat het dan nog eens van aseksualiteit tot zelfbevrediging. Virtuoos verwoord, want gesteld in een taal om met volle teugen van te genieten: duidelijk, verzorgd, rijk, humoristisch. Bovendien hebben zich erg goed ingelezen, baseren ze hun beweringen op eigen ervaringen en getuigenissen, of halen ze er wetenschappelijke studies bij. Die wetenschappelijke studies benaderen ze terecht zeer kritisch en ze geven ook aan waarom. De volgende uitgebreide parafrase van Jean Twenges besluiten uit 2012 is exemplarisch: “Er zijn overigens opvallend weinig gedegen studies naar leeftijd een natuurlijke vruchtbaarheid […]. De meeste cijfers komen van patiënten die fertiliteitsklinieken bezoeken – dat geeft natuurlijk al een vertekend beeld. Bovendien […] is het haast onmogelijk om alle variabelen binnen de hele populatie in rekening te brengen. Hoeveel koppels krijgen geen kinderen omdat ze niet willen? Wie zit aan de anticonceptie? Hebben de koppels seks op een vruchtbare dagen? Zo is het heel moeilijk om een volledig beeld te krijgen van hoe het nu exact zit met leeftijd en vruchtbaarheid.” Alleen dit al maakt een populariserend boek bijzonder waardevol. Nog zo eentje in de reeks van citaten die blijven hangen: “Vrouwelijke wetenschappers wijzen meer en meer op de blinde vlekken en de gekleurde invalshoeken van veel onderzoek. Wetenschappers stelden studies vaak onbewust op volgens hun eigen visie op wat mannelijk en wat vrouwelijk zou moeten zijn. Naar de complexe mechaniek van het vrouwelijk verlangen is trouwens niet erg veel onderzoek gedaan.” (p.112) Een wetenschapsfilosoof met ietwat gevoel voor emancipatie krijgt er een natte broek van. Ze leggen de vinger op de wonde wanneer ze Dennis Bontje van de Nederlandse Stichting Sexmatters citeren: “Genderstereotypen, slut shaming, homofobie, transfobie zijn op zo veel manieren – subtiele en minder subtiele – in ons maatschappelijk denken doorgesijpeld. Leraren bedoelen het meestal heel goed, maar reproduceren de maatschappelijke normen en verwachtingen.” (p.35) Een citaat dat boven elk docentenlokaal zou moeten prijken. Heleen en Anaïs slaan spijkers met koppen en slopen tal van heilige huisjes. Zo maken ze brandhout van het concept maagdelijkheid, samen met gynaecologe Petra De Sutter: “het is eerder een cultureel dan een medisch concept, dat noch in een dokterspraktijk noch in het dagelijks leven nut heeft.” Sta mee even stil bij de vaststelling dat er geen medische definitie bestaat voor de term. (p.144)

Bijzonder boeiend is het hoofdstuk over de objectificatie. Ik geef meteen de door de auteurs geciteerde definitie van de gewaardeerde filosofe Martha Nussbaum mee, omdat deze bepaling me zeer belangrijk lijkt en ik het niet beter kan zeggen: “de persoon dient als instrument voor iemand anders doeleinden, heeft geen zelfdeterminatie of autonomie, is inert en heeft geen agency, is verwisselbaar, heeft geen lichaamsintegriteit of lichamelijke grenzen die gerespecteerd moeten worden, is het bezit van iemand anders, en/of er wordt geen rekening gehouden met de gevoelens en ervaringen van de persoon in kwestie.” (p.212) Dan blijkt volgens de auteurs dat de objectificatie wel degelijk moet kunnen, maar ontegensprekelijk de keuze moet zijn van de geobjectiveerde. Of ongezouten in de stijl van ‘Vuile lakens’: “In een ideale wereld kun je gewoon een grote kut zijn zonder dat derden daardoor vinden dat ze je gevoelens en gewaarwordingen niet meer hoeven te respecteren.” (p.213)
Zeer relevant is het werk van Marije Janssen over feministische porno. (p.260) Anaïs en Heleen geven de ruimte om haar vier quadranten van het seksuele spel uit de doeken te doen (met op de assen geven/ontvangen en nemen/toestaan): “Zo denkt bij heterokoppels de mannelijke partner vaak dat hij aan het geven is, en zijn vrouwelijke medespeelster dus gelukzalig ligt te ontvangen, terwijl de vrouw in kwestie juist het gevoel heeft dat er alsmaar genomen wordt, en zij dat moet toestaan.” (p.260) Het stak toen ik dat las. Oneerlijkheid kan ontstaan uit de beste bedoelingen. Ik ben geneigd te zeggen dat praten over seks belangrijker is dan de daad zelf, want de nodige aandacht geven aan consent maakt geweldige seks mogelijk. (p.263) Een doordenkertje dat blijft hangen: “Als ‘hé, wil je dit bij mij doen” al een spannende vraag is, dan is ‘hé, mag ik dat met jouw lijf doen’ het helemaal.” (p.258)

Ik wind er geen doekjes om: ik heb hierdoor een duidelijke beeld op mijn eigen seksualiteit gekregen. Nu kan ik er zelfs een naam op plakken: fluïde en seksueel integer (lees het boek, want dit is niet meteen wat je verwacht). Anaïs en Heleen, samen met hun werk, lieten me dan ook niet onbewogen. De auteurs spreken eerlijk en oprecht (dat voel je gewoon zo aan) en hebben het hart (of de clitoris) op de tong in de talrijke (ter zake doende) autobiografische passages. Een prikkelende vraag die vaak bij me opkwam: wie is waar precies aan het woord? Want de auteurs spreken in de ik-vorm. Opwindend is het boek niet, behalve dan voor de enkele sapioseksuelen die de auteurs kennen.

Het feit dat Heleen en Anaïs in het boek open en bloot hun ziel hebben gelegd, maakt het voor mij bijzonder betrouwbaar en, vreemd genoeg, objectiever dan al die andere werken (en welzeker ook de wetenschappelijke publicaties) die zeer objectief aandoen omdat ze onpersoonlijk zijn. Dan is het een schijnobjectiviteit; maar in deze is het een oprechte subjectiviteit die het werk daarom precies een zweem van objectiviteit geeft. Het hele boek ademt oprechtheid, transparantie en authenticiteit.

De publicatie is voorzien van een uitgebreide bibliografie en een verklarende woordenlijst, die echt wel wat uitgebreider mocht zijn (een vraagbaak voor leerkrachten). Spijtig dat ze louter de URL van websites geven en niet ook nog eens auteur en titel. Een trefwoordenregister had het boek tot een nog hoger niveau getild. En mochten ze bijkomend bij elke referentie tevens de pagina geplaatst hebben, dan had ik nu kunnen spreken van een academisch werk dat ik graag besprak om het van een academisch kwaliteitslabel te voorzien. Ik verwijt de twee auteurs niets; ik verdenk er de uitgever van de gedetailleerde verwijzing afgeblokt te hebben (ten voordele van, wat dacht je, de leescijfers). Deze opmerkingen zijn niet onbelangrijk; sommige collega’s-begeleiders van afstudeerscripties aan universiteiten en hogescholen (en beoordelingscommissieleden) gaan nu moeilijk doen en het boek gewoon op formele gronden ongepast voor gebruik door hun studenten noemen. Ga ervoor, Anaïs en Heleen, met de tweede herziene druk, zou ik zeggen. En stop er dan ook meteen een afbeelding inclusief de ligging van de clitoris bij (tijd dat iedereen zich er eindelijk eens wat bij kan voorstellen).

Een minpuntje? De schrijfsters willen het ook over de mannelijke seksualiteit hebben, en, tja: dat hadden ze dan misschien beter net niét gedaan. Ik bedoel maar: wat ze omtrent besneden penissen vertellen is helaas (en ik kan het weten) wat kort door de bocht. Misschien wat meer literatuurstudie, meer interviews of focusgroepen en dan een boek over penissen uitwerken met als titel: ‘Bevlekte Zakdoeken’. Maar deze opmerking is eigenlijk geheel terzijde, want het was echt wel de enige passage waaraan ik me enigszins stoorde.

Voor wie is het werk bestemd, in het bijzonder? Voor elke leerkracht niet-confessionele zedenleer: deze kan er enorm veel informatie, maar vooral manieren van verwoorden uithalen. Ik zou graag zien dat alle leerkrachten levensbeschouwelijke vakken het in hun lessen aanhalen (al denk ik dat nog eerder hun hel dichtvriest). Voor studenten die werken rond moraalwetenschappen, emancipatie en seksualiteit. In het algemeen? Voor iedereen die meer wil weten over (vrouwelijke) seksualiteit. En iedereen die nauwelijks wat afweet van seksualiteit. Maar vooral iedereen die dénkt alles te weten over seksualiteit.
Als allen het boek zouden lezen en onder invloed ervan een attitudewijziging zouden ondergaan ten goede … in wat voor een heerlijke wereld zouden we dan leven.

 

 

Gustaaf C. Cornelis (Vrije Universiteit Brussel, filosoof en lerarenopleider)